De Voerstreek

In de Voerstreek liggen een zestal dorpen plus een aantal kleine gehuchten, die tezamen de gemeente Voeren vormen, die zich uitstrekt over 50 km². De streek is dun bevolkt (82,11 inw./km², oftewel 1:12.000 m²) en telt 4.157 inwoners (januari 2012), van wie ongeveer een kwart Nederlanders.

teuvenvergezichtkleinklein.jpg

Dorpen en gehuchten binnen de gemeente zijn:
Berg, De Plank, Drink, Giveld, 's-Gravenvoeren/Voeren, Ketten, Knap, Mariahof, Moelingen, Nurop, Opsinnich, Peerd, Remersdaal, Rullen, Schoppem, Sinnich, Sint-Maartens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren, Swaan, Teuven, Ulvend en Veurs. Met name het drietal 's-Gravenvoeren, Sint-Pieters-Voeren en Sint-Martens-Voeren is bekend, mede dank zij zijn herkenbare namen.

De streek bestaat uit een landschappelijk fraai heuvelland, met bijbehorende dalen, waar doorheen twee zijriviertjes van de Maas stromen, de Voer en de Gulp. Vier Voerdorpen wateren af op de Voer, net als de Nederlandse dorpen Mheer en Noorbeek. Teuven en Remersdaal wateren echter af op de Gulp. De Berwijn is een riviertje dat oostelijk van Voeren ontspringt, zuidelijk van de gemeente stroomt naar het Voerense dorp Moelingen en daarna vlakbij in de Maas uitmondt.

De Voerstreek maakt in feite deel uit van het Land van Herve en valt onder het Arrondissement Tongeren in Belgisch Limburg. Bijna 20% van de Voerstreek is natuurgebied. In Voeren ligt ook het hoogste punt van Nederlandstalig België: het zuidoostelijke dorp Remersdaal op 287 m hoogte.

spoorbrugklein.jpg